Visio kennisportaal maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies om de inhoud af te stemmen op uw wensen, verbeteringen aan te brengen, maar ook om de koppeling met social media eenvoudiger te maken. Lees meer over cookies
Live support
Het spijt ons, de support is op dit moment niet beschikbaar.
Contrast aanpassen Zoekvenster openen Menu openen

Mac Pages leren 2 – Spelling, bestandsbeheer

Geplaatst op 5 november 2020

Hans Segers, Koninklijke Visio

Logo van Pages

In deze training leer je hoe je met VoiceOver de belangrijkste functies van Pages op de Mac kunt gebruiken. Dit is deel 2. In dit deel leer je spellingcontrole en hoe je je bestanden overzichtelijk kunt beheren. We gaan ervan uit dat je weet hoe je een bestand moet of openen of maken, en bewerken met VoiceOver.

Uitgangspunt in alle teksten is dat Snelnavigatie Aan staat, en de Rotor op Navigatie staat, tenzij anders aangegeven.

De hier beschreven werkwijze is geschreven voor Pages versie 10.2 op MacOS Catalina maar zal grotendeels ook in voorgaande versies van MacOS werken.

Aandachtspunt

  • Werken Met, wordt in nieuwere MacOS versies uitgesproken als In.

  • Stop Werken Met, wordt in nieuwere versies MacOS uitgesproken als Onvoldoende.

1. Spelling controleren en corrigeren

In veel Mac-programma's, zoals Teksteditor, Pages en Mail, kun je bij Voorkeuren instellen dat tijdens het typen automatisch de spelling wordt gecontroleerd. Als je een onjuist gespeld woord typt, wordt het woord onderstreept. VoiceOver meldt: ‘Verkeerd gespeld’.

De spelling controleren

  1. Zet, indien nodig, Snelnavigatie Aan door het gelijktijdig indrukken van PIJL LINKS+PIJL RECHTS en zet de Rotor op Navigatie met PIJL OMHOOG+PIJL LINKS.

  2. Open Pages en een bestaand document.

  3. Druk PIJL OMLAAG+PIJL RECHTS (Werken Met) totdat VoiceOver meldt ‘In Bewerk Tekst’. Nu is de tekst bewerkbaar.

  4. Ga naar het begin van de tekst.

  5. Zet de rotor op Spelfouten, en druk PIJL OMLAAG. De VoiceOver verplaatst naar het eerste verkeerd gespelde woord.

  6. Om het woord gespeld uit te laten spreken, druk je op CONTROL+OPTION+W+W.

    Soms worden woorden onderstreept die niet verkeerd zijn geschreven. Dit komt omdat deze woorden niet door de computer worden herkend. Druk in dat geval opnieuw op PIJL OMLAAG totdat je een woord hoort dat wel verkeerd is gespeld.

  7. Druk CONTROL+OPTION+SHIFT+M om het snelmenu te openen met suggesties voor de spelling van het verkeerd gespelde woord,.

    Bovenin het menu vind je de suggesties voor de spelling of alternatieve woorden. Als je “geen suggesties” tegenkomt heeft de Mac je helaas geen suggesties te bieden, sluit dan het menu met ESCAPE en ga verder met stap 8.

  8. Navigeer naar de juiste spelling die je wil gebruiken en druk op ENTER of CONTROL+OPTION+SPATIE om het juiste woord te selecteren.

  9. Als je een gecorrigeerde spelling kiest uit het menu, vervangt de nieuwe spelling de oude spelling.

  10. Om een spelfout handmatig te corrigeren kan je bijvoorbeeld snelnavigatie even uitzetten om door de letters te navigeren. Als je een braille leesregel gebruikt kun je de cursor routing toetsen gebruiken om handmatig te corrigeren.

  11. Om naar het volgende verkeerd gespelde woord te gaan, druk je weer op PIJL OMLAAG.

  12. Herhaal deze stappen totdat alle spelfouten zijn gecorrigeerd.

  13. Als je klaar bent, druk je op PIJL OMLAAG+PIJL LINKS om Werken Met in het tekstgebied te stoppen.

  14. Sla het gecorrigeerde document op met COMMAND+S of SHIFT+COMMAND+S.

Opmerking

  • Om naar de volgende spelfout te springen kun je ook het VoiceOver commando CTRL+OPTION+COMMAND+E gebruiken. Druk je de SHIFT erbij in dan spring je terug naar de vorige spelfout.

  • Het is ook mogelijk om de sneltoets COMMAND+PUNTKOMMA te gebruiken. Met dit commando springt niet de VoiceOver cursor maar het invoegpunt naar de spelfout. De VoiceOver zal als alles goed gaat volgen. Als dat niet het geval is kun je met CONTROL+OPTION+SHIFT+F4 de VoiceOver cursor alsnog naar het invoegpunt verplaatsen.

  • Je kan ook de spelling controleren via het paneel 'Spelling en grammatica'. Het paneel bevat aanvullende opties, bijvoorbeeld voor het kiezen van een woordenlijst. In de meeste programma’s vind je dit paneel in de Menubalk onder Wijzig. Met COMMAND+SHIFT+PUNT KOMMA open je het paneel 'Spelling en grammatica'.

Gebruikte sneltoetsen spellingcontrole

Algemene toetscombinaties

Finder venster te openen COMMAND+O

Map Documenten activeren SHIFT+COMMAND+O

Kolomweergave COMMAND+3

Document bewaren COMMAND+S

Document kopiëren SHIFT+COMMAND+S (Dupliceer)

Document sluiten COMMAND+W.
Pages afsluiten COMMAND+Q

VoiceOver commando’s

Werken Met CONTROL+OPTION+SHIFT+PIJL OMLAAG
Stop Werken Met CONTROL+OPTION+SHIFT+PIJL OMHOOG
Naar begin tekst CONTROL+OPTION+HOME
Naar einde tekst (MacBook) Fn+CONTROL+OPTION+PIJL LINKS
Naar einde tekst CONTROL+OPTION+END
Naar einde tekst (MacBook) Fn+CONTROL+OPTION+PIJL RECHTS

Snelnavigatie toetsen

Snelnavigatie Aan PIJL LINKS+PIJL RECHTS
Rotor instellen (linksom) PIJL OMHOOG+PIJL LINKS
Rotor instellen (rechtsom) PIJL OMHOOG+PIJL RECHTS
Keuze bevestigen PIJL OMHOOG+PIJL OMLAAG
Werken Met (tekstveld openen) PIJL OMLAAG+PIJL RECHTS
Stop Werken Met (tekstveld sluiten) PIJL OMLAAG+PIJL LINKS

Spellingcontrole

Cursor bij het eerste foutief woord COMMAND+PUNT KOMMA
Spelling van woord horen CONTROL+OPTION+W+W.
Snelmenu openen CONTROL+OPTION+SHIFT+M
Navigeer naar de juiste spelling PIJL OMLAAG
Juiste spelling selecteren CONTROL+OPTION+SPATIE
Snelmenu sluiten ESCAPE
Cursor op verkeerd gespeld woord CONTROL+OPTION+SHIFT+F4 en corrigeer fout handmatig.
Naar volgende verkeerd gespelde woord COMMAND+PUNT KOMMA
Klaar met corrigeren PIJL OMLAAG+PIJL LINKS
Open paneel 'Spelling en grammatica' COMMAND+SHIFT+PUNT KOMMA

2. Naam van een document wijzigen

Van een geopend document kun je de documentnaam wijzigen.

  1. Open een document zoals bij Document Openen is beschreven.

  2. Activeer de Menubalk met CONTROL+OPTION+M.

  3. Ga met PIJL RECHTS naar Archief.

  4. Ga met PIJL OMLAAG naar Wijzig Naam en druk ENTER.

  5. Typ de nieuwe naam voor het document en druk ENTER.

  6. Het document met de oude naam wordt nu vervangen door het document met de nieuwe naam.

3. Een kopie document opslaan.

Wanneer je een bestaand document opent, wijzigt en weer bewaart wordt het document overschreven. Als je het bestaande document ongewijzigd wil behouden moet je het gewijzigde document onder een andere naam bewaren.

  1. Open een document zoals bij Document Openen is beschreven.

  2. Druk SHIFT+COMMAND+S (Dupliceer). Het document wordt aangemaakt met de oude naam gevolgd door het woord kopie.

  3. Typ een naam voor het nieuwe document en druk ENTER.

  4. Breng wijzigingen aan in dit nieuwe document.

  5. Sla het document op met COMMAND+S. In de map Documenten bevindt zich nu het oude en nieuwe document.

4. Document verwijderen

  1. Zet, indien nodig, Snelnavigatie Aan door het gelijktijdig indrukken van PIJL LINKS+PIJL RECHTS en zet de Rotor op Navigatie met PIJL OMHOOG+PIJL LINKS.

  2. Start Pages.

  3. Druk COMMAND+O, Een browser opent. Hierin kun je door mappen bladeren en een bestand kiezen, zoals je dat wellicht van Finder kent.

  4. Activeer Documenten in de Navigatiekolom met SHIFT+COMMAND+O. Mogelijk hoor je niets!

  5. Druk nu COMMAND + 3 voor kolommenweergave. VoiceOver staat nu op het eerste bestand in de lijst Documenten. Controleer dit door PIJL OMLAAG en dan weer PIJL OMHOOG te drukken. Mocht dit niet het geval zijn, navigeer dan naar Browser en druk PIJL OMLAAG+PIJL RECHTS (Werken Met).

  6. Navigeer met de pijltoetsen door de mappen naar het bestand dat je wil verwijderen. Open het document niet.

  7. Druk COMMAND+BACKSPACE om het document uit de map te verwijderen.

  8. Sluit eventueel Pages met COMMAND+Q.

5. Document verplaatsen

Je kunt een document naar een andere map verplaatsen.

  1. Zet, indien nodig, Snelnavigatie Aan door het gelijktijdig indrukken van PIJL LINKS+PIJL RECHTS en zet de Rotor op Navigatie met PIJL OMHOOG+PIJL LINKS.

  2. Open Pages en een bestaand document zoals bij Document Openen is beschreven.

  3. Activeer de Menubalk met CONTROL+OPTION+M.

  4. Ga met PIJL RECHTS naar Archief.

  5. Ga met PIJL OMLAAG naar Verplaats Naar en druk ENTER. Een venster wordt geopend. Mogelijk is het venster nog klein en meldt VoiceOver alleen de huidige locatie in een venstermenuknop. Activeer in dat geval die venstermenuknop om de browser open te vouwen. Daarna kun je een lijst van locaties kiezen. Om de volledige browser te krijgen, navigeer in de lijst naar Andere en druk ENTER.

  6. Navigeer met de pijltoetsen naar de nieuwe locatie waar het document wil opslaan. Mogelijk moet je eerst “stoppen met werken met”. In de navigatiekolom tabel kun je veelgebruikte locaties kiezen, in de Browser kun je COMMAND + 3 drukken en met PIJL OMLAAG door mappen en bestanden submappen bladeren. Met PIJL RECHTS kun je een submap in gaan.

  7. Druk ENTER of activeer de knop Bewaar met PIJL OMHOOG+PIJL OMLAAG.

6. Nieuwe map maken

Om overzicht in je documenten te houden kun je deze opslaan in aparte mappen.

Een map plaats je altijd in een andere map. Vaak wordt de map Documenten als hoofdmap gebruikt. De mappen die je hierin maakt zijn submappen.

  1. Zet, indien nodig, Snelnavigatie Aan door het gelijktijdig indrukken van PIJL LINKS+PIJL RECHTS en zet de Rotor op Navigatie met PIJL OMHOOG+PIJL LINKS.

  2. Start Pages.

  3. Druk COMMAND+O, een Finder venster wordt geopend. De cursor staat in het Browser Venster, in de laatst geopende map.

  4. Druk PIJL OMLAAG+PIJL RECHTS om Werken Met te activeren.

  5. Navigeer met de pijltoetsen naar de map waarin je een nieuwe map (submap) wil aanmaken. Je hoeft de map niet in te gaan!

  6. Druk SHIFT+COMMAND+N (Nieuwe map aanmaken).

  7. Typ een logische naam voor de map en druk op ENTER. De nieuwe map is nu aangemaakt.

7. Meerdere documenten openen

Je kan om diverse redenen aan meerdere documenten tegelijk werken.

  1. Zet, indien nodig, Snelnavigatie Aan door het gelijktijdig indrukken van PIJL LINKS+PIJL RECHTS en zet de Rotor op Navigatie met PIJL OMHOOG+PIJL LINKS.

  2. Start Pages. Open eventueel een bestaand document.

  3. Open een tweede document. Of start een leeg document met COMMAND + N.

  4. Wissel tussen de twee documenten met COMMAND+TILDE (~).

Gebruikte sneltoetsen Bestandsbeheer

Algemene toetscombinaties

Finder venster te openen COMMAND+O
Map Documenten activeren SHIFT+COMMAND+O
Document bewaren COMMAND+S
Kolomweergave COMMAND+3
Document kopiëren SHIFT+COMMAND+S (Dupliceer)
Document uit map verwijderen COMMAND+BACKSPACE
Document sluiten COMMAND+W.
Pages afsluiten COMMAND+Q
Nieuwe map aanmaken SHIFT+COMMAND+N

VoiceOver commando’s

Werken Met CONTROL+OPTION+SHIFT+PIJL OMLAAG
Stop Werken Met CONTROL+OPTION+SHIFT+PIJL OMHOOG
Activeer Menubalk CONTROL+OPTION+M.

Snelnavigatie toetsen

Snelnavigatie Aan PIJL LINKS+PIJL RECHTS en zet de Rotor
Rotor instellen (linksom) PIJL OMHOOG+PIJL LINKS
Rotor instellen (rechtsom) PIJL OMHOOG+PIJL RECHTS
Keuze bevestigen PIJL OMHOOG+PIJL OMLAAG.
Werken Met (tekstveld openen) PIJL OMLAAG+PIJL RECHTS
Stop Werken Met (tekstveld sluiten) PIJL OMLAAG+PIJL LINKS

Heb je nog vragen?

Mail naar kennisportaal@visio.org, of bel 088 585 56 66.

Meer artikelen, video’s en podcasts vind je op kennisportaal.visio.org

Koninklijke Visio

expertisecentrum voor slechtziende en blinde mensen

www.visio.org