Een kralenketting of armband maken zonder zicht
Geplaatst op 10 februari 2026Evelyn van den Berg

Sieraden maken zonder zicht is heel goed mogelijk, mits je georganiseerd werkt en de juiste benodigdheden in huis hebt. Hieronder lees je hoe je zonder zicht een kralenketting maakt. Als je de techniek eenmaal onder de knie hebt, kun je bijvoorbeeld ook armbanden maken.
Ik ben Evelyn en ik maak al jaren met veel plezier sieraden zonder zicht. In dit artikel leg ik uit hoe je dit kunt aanpakken.
Wat heb je nodig?
Voor het maken van een ketting heb je een aantal onderdelen nodig, waarvan je de meesten online kunt bestellen of in een hobbywinkel kunt kopen:
Kralen: eventueel gesorteerd op kleur. Vaak kun je handige dozen kopen met kraaltjes die al op kleur gesorteerd zijn.
Slotjes, ook wel karabijnsluitingen genoemd.
Verlengkettinkjes. Deze bevestig je aan de draad aan de andere kant van de sluiting.
Draad. Als beginner kun je het beste kiezen voor metaaldraad van ongeveer 0.4 mm dik.
Knijpkralen. Deze kleine kraaltjes zijn bedoeld om het slotje en het verlengkettinkje goed vast te zetten. Je doet dit door ze op de draad vast te knijpen met een tangetje.
Knijpkraalverbergers, 5 mm. Deze plaats je over de knijpkraal en onbedekte draad heen zodat het geheel op een mooie, gewone kraal lijkt. 5 mm is een groot formaat, wat handig kan zijn als je net begint.
Een dun platbektangetje om de knijpkralen en de knijpkraalverbergers vast te knijpen.
Een doos met vakjes. De vakjes van een theedoos zijn bijvoorbeeld heel handig om alle verschillende onderdelen in op te bergen. Zo raak je geen onderdelen kwijt en kun je elk soort onderdeel in een apart vakje opbergen. Je kunt indien gewenst de vakjes merken of labelen.
Eventueel een hanger of bedel om aan de ketting te hangen als deze halverwege klaar is.
Hoe ga je te werk?
Stap 1: Voorbereiding
Zorg dat je goed weet waar alles ligt, en verdeel eventueel kralen op kleur of maat. Ook daarvoor kunnen de vakjes van de theedoos handig zijn.
Stap 2: Het begin
Knip met het tangetje een draad af die qua afmetingen ruim om je nek valt. Afknippen doe je bij veel tangetjes door de draad aan het eind van het tangetje te houden, dus het dichtst bij de handvatten. Dit afknippen kan overigens ook met een schaar.
Rijg een knijpkraaltje aan de draad. Een kraal aan een draad rijgen doe je door de kraal tussen twee vingers vast te houden en deze over de punt van de draad (het draadeinde) te bewegen. Je voelt dan met de punt van de draad waar het gat zit.
Houd de knijpkraal vast op ongeveer 5 cm vanaf het begin van de draad. Dit is ongeveer de breedte van drie vingers.
Pak een verlengkettinkje en voel waar het eerste ringetje zit. Doe dit eerste ringetje door dezelfde kant van de draad heen, zodat het ringetje naast de knijpkraal komt te zitten.
Buig het kleine stukje draad dat je nu nog over hebt met de punt van de draad naar het knijpkraaltje toe, en laat de punt van de draad er nog een keer doorheen gaan met het verlengkettinkje ertussen.
Knijp het knijpkraaltje vast met het tangetje. Vastknijpen doe je met de twee punten van het tangetje, dus zover mogelijk bij de handvatten vandaan. Knijp niet te hard, anders kan het kraaltje kapot gaan.
Stap 3: de kralen rijgen
Rijg nu aan de andere kant van de draad de kralen in de kleurvolgorde zoals jij wilt. Je doet dit door weer met de punt van de draad te voelen waar het gat van de kraal zit. Zorg dat de eerste paar kralen ook door het kleine stukje draad heen gaan dat nog uitsteekt na het vastzetten van het verlengkettinkje.
Hoeveel kralen je gebruikt is natuurlijk helemaal afhankelijk van het formaat van de kralen en de gewenste lengte van je ketting. Als je kleine kraaltjes gebruikt, heb je er per ketting ongeveer 220 nodig.
Je kunt steeds een aantal kralen van dezelfde kleur gebruiken en daarna van kleur wisselen. Je ketting wordt het mooist als die qua kleur een beetje symmetrisch wordt.
Hang eventueel halverwege een hanger of bedel aan de ketting. Je kunt voelen of je halverwege bent door de ketting goed vast te houden op het punt waar je gebleven bent en hem dan tegen je nek aan te houden. Zo voel je tot waar hij ongeveer valt. Houd de draad hierbij uiteraard wel goed vast.
Stap 4: het slotje vastzetten
Als je alle kralen hebt geregen, dus als de ketting lang genoeg is goed om je nek valt, gaan we het slotje vastzetten.
Controleer of het uitstekende stukje draad aan het begin nog steeds vast zit tussen de eerste kraaltjes. Dit kan namelijk nog weleens losschieten als je de ketting bewogen hebt.
Zorg dat je nog ongeveer tien centimeter aan draad over hebt; dit is ongeveer de breedte van je hand. Knip de rest van de draad af.
Doe weer een knijpkraal door de draad.
Doe het kleine ringetje van het slotje door de draad, dus niet het grote gat dat je kunt openen met het karabijnhaakje.
Buig het uiteinde van de draad weer zo dat hij opnieuw door het knijpkraaltje heen gaat. Doe hierna de draad ook door de kralen aan het uiteinde, zodat hij goed vast blijft zitten. Dit kan aardig wat tijd kosten en vergt wat oefening. Je hebt nu als het goed is nog wat onbedekte draad over; dit gaan we zo meteen verder afwerken.
Zet daarna de knijpkraal weer vast met het tangetje, zoals je ook aan het andere eind hebt gedaan.
Stap 5: de afwerking
Je voelt nu dat er waarschijnlijk nog een stukje draad onbedekt is aan het einde van de ketting, aan de kant waar het slotje zit. We gaan dit stukje onbedekte draad afdekken met een knijpkraalverberger, zodat het er mooier uitziet. Meestal heb je per kant een of twee knijpkraalverbergers nodig.
Hetzelfde kun je aan de andere kant (het begin) van de ketting doen, zodat je aan beide kanten evenveel knijpkraalverbergers hebt, zodat het er symmetrisch mooier uitziet. Om dit te doen, schuif je de kralen zo dat je aan beide kanten wat ruimte over houdt. De knijpkraalverbergers hebben een beetje de vorm van macaroni. Je gaat ze zo meteen met een tangetje dichtdrukken, zodat het er uiteindelijk als een soort kraal uit gaat zien.
Doe de onbedekte draad in het boogje van de knijpkraalverberger.
Houd de knijpkraalverberger vast tussen duim en wijsvinger en zorg dat de draad ertussen blijft zitten.
Pak met je andere hand, het liefst de hand waar je het meest handig mee bent, het tangetje.
Zet aan beide kanten van de knijpkraalverberger een punt van het tangetje. Ook dit vergt wat oefening, want je moet goed voelen of de knijpkraalverberger tussen de twee punten zit. Knijp hierna de knijpkraalverberger dicht.
Let op: Dit is een van de lastigste dingen van het hele proces en dit vergt echt een beetje oefening. In het begin zul je merken dat het vaak mis gaat of dat de knijpkraalverberger wegschiet.
Veel succes!